De gemeente Rotterdam heeft de afgelopen decennia een vijandig beleid gevoerd richting gemarginaliseerde groepen in de stad. Terwijl de gemeente de laatste jaren de mond vol heeft met termen als ‘inclusiviteit’ en ‘diversiteit’ is de dagelijkse praktijk anders. Mensen met een migratieachtergrond hebben te maken metinstitutionele discriminatie en tegenwerking, door bijvoorbeeld de Rotterdamwet of racistische algoritmes. Niet-witte jongeren ervaren continu last van een opdringerig veiligheidsapparaat, bijvoorbeeld in de vorm van zogeheten ‘patsercontroles’. Diversiteit zou over veel meer moeten gaan dan de symboolpolitiek van de gemeente Rotterdam en de individuele identiteiten van politici en de top van het bedrijfsleven. Met enkel meer diversiteit aan de top zullen de problemen van minderheden in Rotterdam niet verdwijnen, zoals we bijvoorbeeld zien bij het burgemeesterschap van Aboutaleb.

Als socialisten streven wij naar een stad en wereld zonder racisme, discriminatie en uitsluiting, een stad en wereld waar iedereen zich thuis kan voelen. Hiervoor moeten we gemarginaliseerde groepen in onze stad steunen en de ruimte bieden om voor zichzelf op te komen en zichzelf te kunnen uiten. Dit doen we zowel door hun omstandigheden te verbeteren en de problemen die zij ervaren aan te pakken. We versterken niet alleen de positie van etnische minderheden, maar ook van vrouwen, LHBTI+-personen en (arbeids)migranten.